|
|
|
Windstil en warm. Die zeldzame
onhollandse combinatie genieten de RHSleden op
deze prachtige zomeravond. Queen Marlène van chapter Voorschoten met drie
ladies, La Princessa sul Pisello van Meppen, Lady Anne Chevalier van Amsterdam
en Queen Red Tara met vijf Victorientjes van Alkmaar.Amsterdamse Bos 23 juni 2010 De acteurs en technici van het
Bostheater verwelkomen ons op de set.Eelco,familie van Lady Lorna, verzorgt
speciaal voor ons een sp Na de groepsfoto in het nog steeds
verblindende zonlicht op de decortrap nemen we plaats in de eetzaal op het
toneel. Voor het diner dat bestaat uit drie gangen:
Af en toe schuifelt er een acteur
langs en vraagt of het smaakt en wij spelen de rol van de volmaakte gasten. Want
de vis-,vlees-,en kaassalades smaken heerlijk. Over de kwaliteit van de wijn kan
ondergetekende (als whiskydrinker)geen oordeel vellen maar de salades zijn
uitstekend. Van de drie flessen wit en drie rood wordt een rode geruild voor wit
want moeder wat is het heet! Zelfs als om half tien het spel begint
en wij op de tribune zitten is het nog warm. En blijken de meegebrachte plaids,
vesten en sjaals overbodig. Muggenolie niet. Bij sommige schapterleden wordt aan
deze vliegertjes gul bloed gedoneerd. Van voeten tot voorhoofd. Zo doneren wij
zowel aan het theater als aan de natuur.Een medebezoeker zet ons op de foto.
Schuin vindt hij kennelijk het beste bij ons passen?
De spil in het spel is echter gerant
Frank die zichzelf omschrijft als een Don Quichotte en de nachtportier die hij
terroriseert als zijn hulpje Sancho Panchez. Ondanks de omgekeerde lengte van de
spelers. Frank wordt in zijn gevecht tegen windmolens (het thema van Don
Q)eveneens bijgestaan door zijn onderdanige receptioniste. Dit drietal kneedt en
vormt de gasten tot ze passen in het beleid van het hotel. Schijn en
werkelijkheid weerspiegelen zich in deze typische Cervantiaanse schizofrenie.
Een niet aflatende stroom van managers die in een sierlijk slapstick gevecht
worden uitgeschakeld. Tijdelijk. Want na de managers moet Frank toch het
onderpit delven bij de brutale gasten die in een knalrode Mini het toneel
opscheuren. Ook Joris vecht tegen windmolens.
Trekt kasten open waar letterlijk en figuurlijk de lijken uitvallen. Bezoekt na
het succes van zijn bekroonde toneelstuk Don Q. opnieuw het hotel en wordt daar
op allerlei manier weer geschoffeerd. De cirkel wordt gesloten door het
einde van de begintoespraak van de dementerende oude oprichter van het hotel.
“Was het vroeger beter? Ik zou
haast zeggen dat er geen vroeger is, ik....Ik moet u eerlijk bekkenen dat
ik geen idee heb wat ik zeg....ik...Ben ik daar nog te verstaan? Hallo ben ik
daar nog?” Vertwijfelde
gedachten. Zo vecht iedereen tegen zijn eigen windmolens.
|